Schuurpapiertjes:

schrijfsels met de glimlach
_____________

 

14 augustus 2010

Het verhaal van Boy en Ruudje.

De eerste dag: 7augustus 2010.

Aflevering 2: Ruudje studeert voor rolmops.

Aflevering 3: naar de schoonheidsspecialiste.

Aflevering 4: de zevende dag.

Ruudje is helaas op 7 oktober 2012 gestorven aan darmkanker.
Ik heb van hem meer terug gekregen dan ik ooit had of zou kunnen geven.

Aflevering 5: 7 oktober 2012.

 

24 juni 2009

Brief aan…

Ik heb je nog niet laten weten dat ik mijn Chou heb moeten laten inslapen.
Ze had al twee jaar een plaveiselcelcarcinoom aan haar achterpoot. Er was één teen geamputeerd.
Op 1 april van dit jaar stond ze nog model voor start van de actie hondenpoepzakjes, samen met Boyke, mijn collie.
Nu was er een nieuwe tumor bijgekomen, de teen er direct naast.Voor de foto's, klik HIER.
Ze was inmiddels ook blind en doof geworden.
En Boyke wierp zich vanaf het begin op als haar hulphond.
Aanvankelijk was dat aandoenlijk, vertederend.
Maar op het laatst, vermoedelijk waren er uitzaaiingen in de hersenen, werd het griezelig.
De Chou werd meer en meer tiranniek, agressief zelfs.
Ik heb op een teken gewacht.
Zo’n heerlijke hond laten inslapen is niet gemakkelijk.
Ik leed er dagelijks onder: “bel ik of bel ik niet”.
Op een slechte dag kwam ze ’s morgens naar mijn bed lopen in een spoor van bloed, de oude operatiewond was open gesprongen.
Toen heb ik gebeld, mijn dierenarts was veel te vlug hier…
Ik heb zelf de eerste spuit gezet. Dat was hard, verdomd hard.
Maar het kon niet anders, ze zou de dierenarts zijn hand afgebeten hebben.
Voor mij was het “mand en even flink zijn” en de spuit zat er al in.
Haar hart was nog heel sterk, wat alles alleen maar pijnlijker maakte.
Ik ben die dag een beetje veel gek geweest!
Dit gaat niet in je kouwe kleren zitten.
Maar ik had toch rust. Ze had al zo veel “tekens” gegeven en ik wilde ze niet zien. Ze was eigenlijk te dapper, te taai.
Die poot moet erg pijnlijk zijn geweest en ze liep er gewoon op, niet te geloven.
Toen ik haar pas had, had ze nagelbedontsteking aan drie poten tegelijk en toch wilde ze dolgraag wandelen.

Nu ben ik dus alleen met Boyke.
Die is een heel andere hond geworden.
Hij ontleende zijn persoonlijkheid, zijn eigenwaarde, aan de Chou.
Hij moet nog leren dat hij ook mag leven puur voor zijn eigen plezier.
Hij heeft de grote mand van Chou in gebruik en voelt dat als een promotie.
Is het feitelijk ook, de alfahond is er niet meer, hij stijgt in rang, mag zelfs in de alfamand slapen.

Ik ben vandaag naar Maastricht geweest met hem, moest Yolke’s verjaardagscadeau gaan kopen.
Hij was bang in de bus.
In de stad gedroeg hij zich voorbeeldig. Geen uitval naar andere honden, nergens pipi of kaka gedaan.
In de winkels ging hij mooi zitten of liggen.
Een foto kon niet braver zijn.
En wat een aanspraak je krijgt met zo’n hond.
Mensen die je openlijk aanspreken, of alleen maar “prachtig, prachtig” zeggen.
Ik liep bijna naast mijn schoenen.

Ik ben maar een uurtje in Maastricht gebleven, graag vlug terug naar Tongeren.
Hij was uitgeput, het was ook wel erg warm.
Thuis is hij in zijn mand gekropen, heeft zich tegen zijn beer en zijn Skippy gevleid en sliep.
Een toeval dat ik hem zowat anderhalf jaar geleden in het asiel heb gevonden.
Maar wat een gelukkig toeval.

Muulkes,
Tiens

P.S.
Meer over de Chou en Boy vind je in deze Schuurpapiertjes op de data

 

 

23 juli 2009

De Schotten


Zondag was ik bij mijn hondenkapster. Er waren drie prachtige pups te bewonderen.
Schotse terriërs, haar favoriete ras.
Kijk maar even mee: klik HIER.

 

7 maart 2009

In memoriam
Gieël Timmermans

Het waren mooie jaren in Neer. Jullie waren mijn benedenburen, Trui en Gieël. Ik heb erg veel aan jullie te danken.
Warmte, vriendschap, kreumelkesvlaai.

Gieël en ik hielden allebei van koormuziek, ’t liefst Limburgse.
Weet je nog Trui, dat je vond dat Gieël het te hard speelde?
Ik heb toen gezegd dat ik verdomd graag een kabeltje door jullie plafond zou laten zakken en dat met mijn boxen verbinden…

Ik herinner mij warme zomeravonden; ik kwam naar beneden en ging bij jullie zitten, buiten.
Kwiebus was er toen nog en Gieël keek naar de nachtelijke hemel waar hij de vliegtuigen spotte die overvlogen.

Zo veel herinneringen: toen ik eens griezelig ziek was geworden, toen jullie zonnescherm van de gevel loskwam, toen Marleen in coma lag, maar ook hele goede: toen ik met Hans trouwde en nog zo het een en ander.

Het is al bijna 16 jaar geleden dat ik verhuisde. Al die jaren hebben wij contact gehouden; verjaardagen, kerst- en nieuwjaarswensen, jullie gouden bruiloft…

En vandaag, voor mij heel onverwacht, lees ik op de website van Piet van Toon, dat Gieël gisteren gestorven is.
Ik heb een krop in mijn keel, de tranen prikken achter mijn ogen.
Jullie zijn een dierbaar deel van mijn leven, nog altijd.

Lieve Trui, het is hard voor je en ik voel met je mee.

Uiteraard is dit berichtje ook bestemd voor je kinderen: de tweeling, de Amsterdammer, de bakker van Neer, de bakker van Haelen die nu iets anders doet.

HIER klikken om meer condoleances te lezen op de website van Piet van Toon, Gieëls broer.)

 

15 Augustus 2008



Asieldier, woord met een denigrerende betekenis.

De asieldieren in zowel Belgisch als Nederlands Limburg bijven mij beroeren.
Mijn Boy is een ideale huisgenoot gebleken.
Het ergste wat ik dacht dat kon gebeuren, is gebeurd. Ik heb zijn vorige eigenaars ontmoet; ik kwam ze tegen op 10 meter van mijn huisdeur!

En nee, ze eisen hun hond niet terug, pfff.
Ik ken nu de voorgeschiedenis, de problemen die er waren en ik ben zeer content dat het allemaal gelopen is zoals het gelopen is.
Had ik alles tevoren geweten, ik zou Boy niet onbevooroordeeld mee naar huis hebben gebracht.
Bij elke kleiniigheid zou ik gedacht hebben: "Zie je wel, dat heeft hij bij die andere mensen ook gedaan" en ik zou de moed hebben opgegeven.
De realiteit is anders, Boy heeft de eerste twee tot drie weken wat aanpassingsproblemen gehad, vooral verlaatangst, en ik vond dat normaal.

Iemand zei kort geleden tegen mij: "Het zijn altijd dezelfde mensen die goede honden hebben".
Ik denk dat het een kwestie van geven en nemen is. Laat de hond hond zijn en geen vermenselijkt circusbeestje.
Luisteren moet hij maar kunstjes vertonen is een ander glas bier.

Boy heeft al twee vorige eigenaars gehad, is bij zijn eerste eigenaar zwaar mishandeld, heeft twee jaar hondenschool erop zitten en heeft ook nog eens een stamboom.

Zo kan het dus lopen met een asielhond.
Ik geef u voor alle zekerheid de internetadressen van de asiels in mijn omgeving en tot slot een PPS-je, mij toegestuurd door mijn dierbare vriend Schatnulleke.

Dierenasiels België:
http://www.dierenasiels.com/C_asiels_be.cfm

Dierenasiel Genk:
http://www.dierenasielgenk.be/

Dierenasiels Nederland:
http://www.dierenasiels.com/C_asiels_nl.cfm

Dierenasiel Heerlen:
http://www.dierenasielheerlen.nl/dieren/

Meer weten over verlaatangst? Klik op deze url:
http://www.hondenliga.be/ en daarna op Gedragstrucjes - doodsangst.

PPS-je "Gefunden auf der Autobahn": HIER klikken.

 

9 juli 2008
Wisseltruc

Nu moet ik toch iets vertellen, ik geloof nauwelijks dat het echt gebeurd is.
Ik ben gisteren slachtoffer van een wisseltruc geworden.

Ik was in een kledingwinkeltje in de Maastrichterstraat.
Gebruik makend van de solden, uiteraard, en onder het toeziend oog van onze eigen Ambiorix.
Ik had gepast en gedaan, heel vermoeiend (!), en ging mijn aankopen betalen.
Ik  had gekocht voor 221 euro.
De man had het liefst contant.
Zoveel had ik niet maar ik had wel drie briefjes van 50, twee van 20 en één van 10 euro. Samen dus 200 euro.
De rest betaalde ik dan maar met mijn bankpas.

Heel eigenaardig maar gezien de hoeveelheid koopwaar toch ook niet al te bevreemdend, bleef de man maar controleren en natellen.
En zo maar opeens was één van mijn briefjes van 20 een briefje van 5 euro geworden…………………

Ik was de enige klant, de uitbater zelf was met mij alleen, ik had geen enkel bewijs van het tegendeel.
Ik heb mijn leven lang goed opgepast en toch is het mij gebeurd. En ik kon niks doen!
Het aangekochte laten liggen? Was ik die 15 euro verschil ook kwijt geweest en had ik niks geen mooie jeans bij gehad.

Tja………………………………
Op TV waarschuwt men veelvuldig maar dan zijn het altijd enigszins onguur uitziende klanten die zoiets doen.
Nooit gedacht dat een langjarige Tongerse zakenman zich tot dergelijk gedrag zou verlagen.

Vanaf nu voorzie ik elk eurobriefje van mijn paraaf!

 

9 mei 2008

Mannelijkheid

Gisteren is er een blauwe dokter langs geweest: Boyke heeft sindsdien geen balletjes meer.
Begrijp me goed, in zijn mand liggen nog een groene en een oranje bal, ik heb ze wat eivormig gemaakt, noem hem dus geen ventje.

Een vent is een gecastreerde ezel, wist u dat?
Ik hoor vrouwen wel eens "mijn ventje" zeggen, hun wettige echtgenoot. Ocherme, denk ik dan.

Maar dat terzijde.
Boyke is dus zijn mannelijkheid kwijt.
"Een wat oudere man in huis kan trouwens nooit kwaad.", schreef iemand in mijn gastenboek.
Een wat oudere man, ruim 10 al, en geen ballen aan zijn lijf.
Maar ruggengraat heeft hij volop, dat belooft.
En jaloers tot en met.
Heel erg mannelijk, mijn Boyke.
En prachtig mooi, zijn lange haren zijn nog altijd gitzwart en glanzend.
Lief voor kinderen, een troetelbeertje.
Kom daar maar eens om bij zijn humane seksegenoten.........

Maar waarom kijkt hij mij dan zo verwijtend aan?

(Als u geen al te gevoelig zieltje hebt, mag u HIER klikken om het uiteindelijk resultaat "je ziet er niks van" op foto te bekijken.)

 

8 april 2008

Dierenasiels

                           

Helemaal naar Wommelgem waren we gereden, ruim 100 km van thuis tot bij het asiel.
Onderweg had het geregend, gehageld en gesneeuwd maar ook de zon had even geschenen.
Een goede vriend, Jan, is op zoek naar een Groenendaeler en daar had men een kruising, vrij voor adoptie, net een blonde Groenendaeler was ons verzekerd. Nou ja, gekruist met een labrador en dan nog, blond of zwart, wat maakt het uit.
Het hondje was bang en klein van stuk, toch had het iets, ik wilde het graag meenemen.
Ik heb een klein hartje.
“Hebt u uw eigen hond meegebracht?”
Nou nee, die arme Chou, voluit Tessa von Frachto, een adelijke dame van al 13 jaar en enkele maanden geleden een teenamputatie gehad, die zou ik zo’n reis toch nooit aandoen…………………….
(Voor de foto's van de amputatie mag u HIER klikken.)
“Dan krijgt u Sarah niet mee, wij willen hier zien dat de twee honden accorderen, dat is onze werkwijze.”
Het hondje was niet eens voor mij maar voor Jan.
Als Jan mij zou bezoeken, zou hij zijn hond natuurlijk wel moeten kunnen meebrengen.
“Hoeveel dagen per week bent u samen?”
“Hoeveel dagen per week is de hond bij u en wanneer bij meneer?”
Een jonge vrouw, net 20 dacht ik zo, en ze vond het nodig ons uit te vragen over onze privé-omstandigheden. Macht, ze oefende macht uit, haar gegeven door God weet wie. Het systeem, de werkwijze van het Blauwe Kruis.
We zijn vertrokken, zonder hond, maar met “Wut im Bauch”.
Het regende en het sneeuwde en het hagelde. De zon kwam even kijken en ik pinkte een traantje weg.
“Zullen we via Maasmechelen naar huis rijden?”
Ik wilde naar een plek waar men zonder Blauwe-Kruis-systeem werkte, ik wilde, tja, wat wilde ik eigenlijk? Naar huis, naar mijn eigen Limburg, weg uit dat koude Antwerpse, naar een plaats waar mensen dezelfde taal spreken als ik.
We zijn naar het asiel van Maasmechelen gegaan en, geloof het of niet, het voelde anders, het was "thuis".
De zielige stank opsnuivend, die ten enenmale alle asiels hebben, liepen we daar langs de hokken.
Wommelgem zat nog in mijn bloed, de woede stroomde nog door mijn lijf, een weeïg gevoel in mijn buik.
En toen zag ik hem.
Een prachtige Schotse collie. Wat doet zo’n mooi beestje in een asiel, ging het door mij heen.
Ik ben naar het kantoortje gegaan en heb gevraagd naar “de collie in hok nummer 18”.
“Die zult u niet willen; niemand wil die hebben, hij is  al 11 jaar.”
Ik ben naar het hok gegaan, heb hem eruit gehaald, hij trok niet aan de riem, wandelde rustig op kniehoogte mee, duidelijk de hele hondenschool doorlopen.
Ik heb hem Boy gedoopt, hij is nu al drie weken bij me. Mijn Chou vindt het prima. Aanvankelijk nam ze hem onder haar moederlijke vleugels maar al gauw begon Boy haar duidelijk te maken dat hij, als volwassen man, dat niet meer zo nodig had…..de macho!
Ik heb nog maar één angst, dat de vorige eigenaars hier op een kwade dag zullen aanbellen.

Naschrift:
Mijn lieve vriend Justin stuurde mij een pps-je van Jim Willis dat op het onderwerp dierenasiels betrekking heeft. Om het te bekijken mag u HIER klikken.

 

22 november 2007

Mijn grote voorbeeld en inspirator

Jos Ghysen

schrijft op zijn blog dit:

Het was een romantische nacht in mei.Hij stond op wacht bij een of andere militaire opslagplaats in een bosje langs de autosnelweg. Antwerpen-Hasselt.
En toen gebeurde het. Ineens begon er een nachtegaal te zingen en die vogel heeft nooit geweten wat daar allemaal uit is voortgevloeid. De soldaat ook niet. De vogel floot gewoon zijn lied en de soldaat stond gewoon op wacht. En laat die nu toevallig een bandopnemertje bij hebben.
Misschien wilde hij gewoon wat muziek beluisteren om de verveling te verdrijven.
Hij luisterde echter naar de nachtegaal en toen die vogel blijkbaar van geen ophouden wist, drukte de soldaat het opnameknopje in.
Twintig minuten aan één stuk floot de nachtegaal.
De dag nadien stuurde de soldaat de cassette naar de radio met een vriendelijk briefje erbij. Of ik dat misschien kon gebruiken in Te Bed of niet te Bed of zo?
Puur toevallig had André Rieu die week een opname van zijn Maastrichts Salonorkest binnengebracht. De Serenade van Tosselli. Voor de grap werd in de studio de nachtegaal met de serenade gemixt en zaterdagochtend zond ik ze uit. Gewoon voor de aardigheid. André was enthousiast.
Net in die periode zou zijn allereerste CD worden opgenomen. Bij Steurbaut in Gent.
CD’s waren toen het nieuwe wonder.
De nachtegaal kreeg strook nr 1 toegewezen, het introductienummer van de CD.
Ik zie me nog zitten bij Steurbaut. Op een klein trapje in de studio.

Had de Onbekende Soldaat toen de rechten laten deponeren dan woonde die nu in een villa aan de Azurenkust.
En had ik een optrekje gehad aan het meer van Zürich.

De nachtegaal werd een rage. Het persen was niet bij te houden. De nachtegaal vloog naar Nederland en vandaar naar Tokio. Heel Japan werd er gek van. De vogel ging de hele wereld over.
En de onbekende soldaat is onbekend gebleven. Ooit heb ik zijn naam en zijn adres op een kaartje gehad maar wie weet waar dat gebleven is.

Het “Johann Strauss-Orkest van André Rieu” is een gigantisch bedrijf van wereldformaat geworden. Ze zijn nu bezig het hele Weense Paleis Schönbrunn met plein en al in gigantische decors na te bouwen. Die decors, het hele orkest, het volledige koor met solisten van all over the world, de catering, de onvoorstelbare technische uitrusting, voor de gelegenheid ook nog een groep Oostenrijkse ijsschaatsers en om het volledig te maken ook nog een dozijn Weense rijpaarden. Begin er maar aan. Dat complete bedrijf gaat straks de lucht in, de hele aardbol over. Op 14 december de première in Toronto.Een tournee gespreid over de vijf continenten. Met de finale in Australië.

Ik denk terug aan het laatste “Bed” in Bellewaerde waar André met zijn Maastrichts orkest mee afscheid kwam nemen.
De Onbekende Soldaat is onbekend gebleven. Heeft dus ook nooit last gehad van de mistral.

En stel u voor dat ik nu met dit weer in Zürich aan de rand van het water in een poepsjieke châlet zou zitten. Ik mag er niet aan denken.
Heb ik eventjes geluk gehad.

JOS (.http://www.josghysen.be/index.php/2007/11/17/de-onbekende-soldaat-jos-ghysen/)

 

4 november 2007

Brief aan een vriend.

Het is hier eindelijk herfst geworden.
De bladeren van de berken zijn botergeel, de kornoelje laat zijn blad goudgeel vallen en toont daardoor zijn donkerrode takken in volle glorie.
Toen ik zaterdagmiddag mijn muzikanten ging fotograferen, scheen zelfs even de zon. Er stond een zachte wind en de weinige bladeren die de moed hadden om los te laten, dwarrelden tussen het drukke verkeer van de ring.
De mensen liepen uit om de intocht van Sinterklaas mee te maken, ik ging in de andere richting. Om vast te leggen wat zij ’s avonds pas zouden gaan bekijken en beluisteren.

Het is een mooie herfst dit jaar. Die typische, grijze ochtendmist en met een beetje geluk klaart het ‘s middags op.
Ik zit vol ongeduld te wachten op de stormwinden die de takken definitief zullen kalen.
Daar wat zon bij en dan met het hondje het bos in.

’s Avonds is het al vroeg donker.
Het herinnert mij aan de tijd dat de kinderen nog klein waren.
Sinterklaasinkopen doen, dat betekende na het winkel-in-winkel-uit, huiverend van de vochtige kou in het donker thuis komen.
Avonden die uitnodigen tot lekker warm wegkruipen in je gemakkelijke stoel met een hete mok koffie en alvast een speculaasje.
Dat alles overgoten met de heerlijke voorpret van de naderende pakjesavond.

Ich sjik dich een sjtuk of wat zachte, aandachtige, leeve muulkes en hoap daste d’r get aa has, dat ’t dich get mood gieët en dich herinnert an wie sjun ’t leave soms kan zieë.


4 juli 2007

Het varkentje en het armbandje.

Ik hou van de zomermaanden. De tijd van de terrasjes en de markten allerhande.
Rommelmarkten en kringloopwinkels, ik ben er niet weg te slaan. Heerlijk snuffelen op zoek naar dat ene geweldige koopje en geëxalteerd als een klein kind als ik iets gevonden heb.
Hoe vindt u mijn gietijzeren spaarvarkentje? De oortjes, de vleugeltjes en het staartje zijn apart gegoten en zitten er met vijzen op. Het krulstaartje kan zelfs een halve slag draaien. Ik heb er wat oude centimes ingestopt.

Dit armbandje is een echt schatje: 11 zilveren willemientjes uit de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw. Sentimenteel als ik ben, heb ik geprobeerd enige betekenis aan de jaren toe te kennen.

Er zijn er 4 van 1941, het jaar waarin ik verwekt werd.
Er is er één van 1938, het jaar waarin een dierbaar iemand verwekt werd en nog twee van 1939, het jaar van zijn geboorte. 1935 zit er ook bij, het geboortejaar van een van mijn zussen. En 1930, het oudste muntje, van het jaar dat mijn ouders nog aan het vrijen waren. Twee verdrietige zijn erbij, 1937, het jaar waarin mijn opa stierf.
Ik draag dit armbandje 24 op 24.......

Ik heb nog iets gevonden, de countrysong Feels so right van Alabama. Hetzelfde onderwerp als bij Je t'aime, moi non plus maar van een heel wat groter kaliber. Dit is de tekst:

Alabama
Feels so right

Whisper to me softly,
Three words upon my skin.
No one’s near
And listening.
So please,
Don’t say good-bye.

Just hold me close and love me.
Press your lips to mine.
Hmmmmmmm-mmmm
Feels so right!

Lying here beside you,
I hear the echoes of your sighs.
Promise me you’ll stay with me,
And keep me warm tonight.

So, hold me close and love me.
Give my heart a smile!
Hmmmmmmm-mmmm
Feels so right!

Your body feels so gentle
And my passion rises high.
You’re loving me so easy.
Your wish
Is my command.

Just hold me close and love me.
Tell me it won’t end!
Hmmmmmmm-mmmm
Feels so right!

U kunt de song beluisteren middels een video op YouTube, klik maar eens op deze blauwe tekst: http://www.youtube.com/watch?v=82eq3gsWY60

De zomer is nog maar net begonnen, u mag zich dus nog aan een en ander verwachten...........

P.S.
"Je t'aime, moi n'en plus" staat eveneens in deze Schuurpapiertjes, zie 22 januari 2007.

 

26 april 2007

Gratis onderwijs...

Zo hier en daar zijn er nog een handjevol mensen in leven die Jan Pennock M.S.C. gekend hebben. Hij was in de 50-er en 60-er jaren van de vorige eeuw de zeer succesvolle "uitvinder" van een nieuw type school: de middenschool. Anno 2007 zijn die scholen er volop in Nederland en België. Ze heten nu muziekhumaniora bijvoorbeeld.
Het principe van de middenschool was en is om een huiswerkvrij (!) middelbaar onderwijs toe te voegen aan een kunst- of sportacademie.

Jan had nog een andere passie: gratis onderwijs. Dat is hem niet gelukt. Hij zal zich dagelijks in zijn graf omdraaien, vrees ik.
Zijn visie: wij betalen met zijn allen een enorm bedrag aan de fiscus waaruit het onderwijs bekostigd dient te worden. Dat ouders van leerlingen diep in de beurs moeten tasten voor boeken, schoolreizen, oudercomité's enzovoort was hem een doorn in het oog.

Zondag was ik in het oud belastinggebouw, het vroegere huis Schaetzen, waar ter gelegenheid van Erfgoeddag twee tentoonstellingen waren ingericht. Op het gelijkvloers heb ik mij vergaapt aan de huishoudelijke producten van de Nova, de jaren 60 en 70 in volle glorie.

Op het eerste verdiep echter raakte ik duchtig in vervoering. Hier hadden leerlingen van het VIIO (campus Watertorenstraat) hun visie op "(van) niet te schatten (waarde)", het thema van de Erfgoeddag 2007, uitgebeeld.
Simpele houten kastjes met daarin ondermeer:

Simpele kistjes en simpele voorwerpen, wat een rijkdom! Die niks, of toch bijna niks had gekost. Helemaal in de stijl van Jan Pennock.

Chapeau voor Paula Machiels, Karin Vanderstraeten en Josiane Houben, de leerkrachten die dit uit hun studenten hebben weten los te peuteren.

 

21 maart 2007

Eelt op mijn ziel!

Bedankt, Patrickske, dat ge mij de woorden uit de mond hebt gehaald. Dat maakt het voor mij een beetje gemakkelijker.
Het laatste manifest van uw vriend Guy heb ik gelezen van de eerste tot de laatste letter. Ik beloof u, de warme hand op het hart, dat ik het uwe met nog meer gretigheid zal bestuderen van zodra het op mijn deurmat valt. Als het op mijn deurmat valt.

Op een dag als vandaag kijk ik graag eens terug op de voorbije jaren, vraag mij af of het allemaal de moeite waard was maar vooral of ik er gelukkiger van werd.
Dit jaar, 2007:

Eelt op mijn ziel, onvermijdbaar.

Mijn onstuitbare vrijheidsdrang werd maatschappelijk en sociaal aan donkerblauwe banden gelegd.

Met mijn camera was ik redelijk succesvol, ik heb heel veel mensen gelukkiger gemaakt met foto’s van henzelf, hun kinderen, kleinkinderen en zelfs hun huis. De andere kant van deze medaille, het competitieve aspect en de uitingen van jaloezie, doet mij wensen dat ik een wat hardere soort eelt op mijn zieltje had laten groeien.

Het clubgebeuren mag ik in zijn algemeenheid als vriendschappelijk en leerrijk aanmerken. Leerrijk in fotografische zin en op bestuurlijk vlak. Besturen en kunst gaan meestal niet zonder slag of stoot samen. De vanzelfsprekendheid waarmee een en ander desondanks in voege ging, heeft mij meer dan eens verbaasd.

 

Ik ben een zeer gelukkig mens, elk jaar een beetje meer.

65 jaar Tienske, hoe hebt u het volgehouden……………………….ik dank jullie wel.

P.S. Patrickske, bedankt voor het jaarlijkse bloemetje!

 

22 januari 2007

Brief aan mijn dochter

je t'ame moi non plus

Deartje,

Even iets over het liedje: “Je t’aime, moi n'en plus”.

Het is in 1969 geschreven en gezongen door Serge Gainsbourg en Brigitte Bardot, later heeft hij het ook met Jane Birkin gezongen.
We hadden toen de hippieperiode. Alles kon, alles mocht. De pil was net uitgevonden, seksuele vrijheid voor de vrouw was een feit. Jij was toen pas 4.
Het was een enorme hit en in Nederland al helemaal want de meeste mensen konden alleen maar de woorden Je t’aime verstaan. De muziek en het gezucht spreken uiteraard voor zich en iedereen fantaseerde er zijn eigen beelden bij.

We woonden toen nog in Sittard.
De kapelaan van Broeksittard had op een zondag het liedje in de kerk gedraaid en dat haalde de krant.
De ingezonden brieven waren om je dood te lachen. Al die brave katholieken die “het” blijkbaar niet deden, althans zo leek het als je de krant las.
De zondag daarop zei de kapelaan op de preekstoel: “Beminde gelovigen, ik wist niet dat u allemaal zo goed Frans kende…..”Ik ga eens een beetje vertalen maar hang me niet aan de bovenste boom!
Je t'aime 
oh, oui je t'aime! 
moi non plus
oh, mon amour... 
comme la vague irrésolu
je vais je vais et je viens
entre tes reins
et je
me retiens-je t'aime je t'aime
oh, oui je t'aime ! 
moi non plus
oh mon amour...
tu es la vague, moi l'île nue  
tu va et tu viens
entre mes reins
tu vas et tu viens 
entre mes reins
et je
te rejoins- je t'aime je t'aime
moi non plus 
oh, mon amour...
comme la vague irrésolu 
je vais je vais et je viens
entre tes reins
et je 
me retiens
tu va et tu viens
entre mes reins
tu vas et tu viens 
entre mes reins 
et je  
te rejoins- je t'aime je t'aime
oh, oui je t'aime ! 
moi non plus
oh mon amour... 
l'amour physique est sans issue
je vais et je viens 
entre tes reins
je vais et je viens   
et je me retiens
non ! maintenant 
Viens !

Ik hou van je
oh, ja ik hou van je 
ik nog meer
oh, mijn geliefde
als de besluiteloze golfslag
ga ik ga ik en kom ik
tussen je lendenen
en ik
trek me terug, ik hou van je ik hou van je
oh, ja ik hou van je
ik nog meer
oh mijn geliefde
jij bent de golfslag, ik het naakte eiland
je gaat en je komt
tussen mijn lendenen
je gaat en je komt
tussen mijn lenden
en ik
word één met je, ik hou van je ik hou van je
ik nog meer
oh, mijn geliefde
als de besluiteloze golfslag
ik ga ik ga en ik kom
tussen je lenden
en ik
trek me terug
je gaat en je komt
tussen mijn lendenen
je gaat en je komt
tussen mijn lendenen
en ik
word één met je- ik hou van je ik hou van je
oh, ja ik hou van je
ik nog meer
oh mijn geliefde
het minnespel is eindeloos
ik ga en ik kom
tussen je lendenen
ik ga en ik kom
en ik trek mij terug
nee ! nu
Kom !

In mijn tijd was Frans nog een verplicht vak op de middelbare scholen. Als ik me goed herinner, was dat bij jou al niet meer zo. Jij kon Frans al laten vallen en dat heb je ook gedaan toen.
In elk geval, jouw leeftijdgenoten en zeker degenen die jonger zijn, zullen de tekst van “Je t’aime” dus wéér niet verstaan.
Dit is DE mop van deze eeuw én de vorige!
Zeg maar niks tegen je collega’s in Roermond ………………………..en lach je te barsten, zoals die kapelaan.Wil je Je t'aime nog eens horen, klik dan op dit plaatje:

Dikke moeël,

Mam

12 januari 2007

Blauw, zo blauw……..mmmmmmm………….zo blau au au w, zo blauwwwwwww en bij de laatste twee woorden trilde zijn stem en beetje, de w lang aanhoudend.
Toon Hermans was een blauwe meneer.
Hij droeg altijd minstens één kledingstuk dat blauw was.
Ik heb hem nog zien optreden in Sittard op de carnavalszittingen, een heel jonge Teun, zoals hij in zijn geboortestad genoemd werd. Hij is pas jaren later Toon geworden.

Ik was in die tijd een ernstige maar zeer rebelse puber, een liberaal avant la lettre. In Nederlands Limburg dan toch. De Wiegels en de Van Mierlo’s waren ook nog maar aan het sleuren met hun respectieve boekentassen.

De vrijheid om zelf te mogen denken, om zelf te beslissen wat ik belangrijk vond, hoe ik wilde leven; ik was in fel debat met mijn ouders, leraars, gestelde lichamen enfin met mijn volledige sociale Umwelt.
Kind, gebruik toch eens je verstand………
Het foute aan de puberale fase in het algemeen, zo mag ik dat wel stellen, is dat je nog niet in de gaten had dat anderen diezelfde vrijheid toekwam en dat je daarmee rekening had te houden.

Ik ben nog altijd blauw als een heldere sterrennacht.
Ik draag, net als Toon, altijd minstens één blauw kledingstuk(je).

 

Vrijdag 29 december 2006

Ik heb het hondje al verzorgd en ben aan mijn eerste tas koffie bezig, gaap, gaap..
Nu een lekker sigaretje, zo lekker als dit zijn ze de rest van de dag niet meer.

Rare aansteker heb ik momenteel, gevonden in de auto van mijn schoonzoon.
Ik vroeg hem hoe hij er aan kwam en hij antwoordde: “hoe kom ik er vanaf”.
Ik heb het ding dus in mijn zak gestopt.
En nu maar peinzen daarover.

Het is vleeskleurig, met reden.
Onderaan zitten twee benen, het zit op zijn knieën, billetjes rusten op de enkels.
Daar bovenop een tors met twee borstjes.
Op elk borstje een vlekje groen met witte stippels. Is daarmee een bikini bedoeld?
Ik zie toch nergens iets van helpjes en aan de achterkant is ook al niks van enig textiel te vinden.
Dan zal het wel bodypainting zijn.
Ook op elk borstje een vuurrood kraaltje, het tepeltje, denk ik. Maar zo scherp dat je je er bijna in snijdt.
Doen tepeltjes dat?

Een broekje zie ik niet, raar. Ome dokter zegt toch altijd “broekje mag u aanhouden”?
Een taille heeft het ook niet, dat typisch vrouwelijk attribuut ontbreekt volledig.
Als ik de borstjes bedek met mijn vingers, wat ik altijd doe om het te kunnen gebruiken,
ziet het er zeer mannelijk uit daardoor. Waar ik uiteraard de voorkeur aan geef.

Een hoofd is er niet dus dat geeft geen uitsluitsel. In plaats daarvan zit er een vuurmakertje op.
Alla, als ik er zo bij zou zitten, sloegen mij ook de vlammen uit.
Aan de achterkant heeft het ocherme drie philipsschroefjes, verzonken in de plastic.
Het is vervangbaar zoals elke man (vrouwen zijn unieker).
Onderaan op de wreef zit nog alweer een gaatje, daar kun je de verbruikte energie bijvullen.
Handiger dan bij een man van vlees en bloed.
Ik denk dat ik het op mijn nachtkastje ga leggen………………….

 

26 december 2006
Kerstgedachtes en goede voornemens

Kerstmis, dat heeft voor mij iets ingetogens, een heimwee-achtig terugdenken aan hoe het vroeger was, wat het leven mij sedert de vorige kerst heeft opgeleverd en vooral of ik de rond mij levende mens iets heb opgeleverd.
Dat alles bij de geur van kaarsen en een boom met piepkleine lichtjes waar, tot groot ongenoegen van mijn kleinkinderen, geen ballen meer in hangen.

“Oma gaat met haar tijd mee,” heb ik gezegd.
Ik hang er de kerstkaarten in.
Bezinning, familie, kerstmis.

Oud en Nieuw vier ik alleen. Rond middernacht wandel ik met mijn hondje via het Sjtrondjpaëdje naar de Romeinse muur aan de Caesarlaan.
Hoog boven het straatniveau heb ik daar een prachtig zicht over Tongeren.
Achter mijn rug hoor ik het vuurwerk in de stad en op de Motten.
Vóór mij knallen de vuurpijlen en raketten aan de Hasseltstesteenweg en de Mulkerweg.
Ik stel mij dan voor dat precies op deze plaats ooit Romeinse soldaten hebben gepatrouilleerd.
Zouden die dat in de winter met blote benen hebben gedaan?
De kou zal mij, zoals elk jaar, naar huis drijven waar een warme wijn met sinaasappel en kaneel klaar staat.

Ik heb mij laten vertellen dat de meeste mensen goede voornemens maken  voor het nieuwe jaar.
Maakt u wel eens goede voornemens?
Voor mij is dit de eerste keer:

 

25 december 2006

Ik heb me geërgerd op Kerstavond. Zo geërgerd dat ik ben weg gezapt van de nachtmis in de Sint Pieter.
Het had zo mooi kunnen zijn, zo’n heerlijke ouderwetse Gregoriaanse mis, ware het niet dat de Nederlandse omroep het nodig had gevonden er een commentator bij te zetten. Probeert u zich dat eens voor te stellen, zo’n Hollandse breedbekkikker die een hele mis lang er steeds maar weer doorheen gaat kletsen.
Erger nog, vanaf dat die stoorstem begon te klinken, werd de zang naar de achtergrond geregisseerd.
Van mij hoeft niemand katholiek te zijn, voor mijn part was de man atheïst.
Desnoods beschouwt hij het hele gebeuren als een concert maar daar klets je toch ook niet doorheen?

De ergernis nog lang niet te boven, krijg ik de Knack te zien. Op de frontpagina van het Radio- en Televisiedeel lees ik dit:
“Bono is een hogepriester en een concert van U2 is een soort mis. Ik hou wel van dat gevoel, het gevoel dat er iets gebeurt dat niet met een redelijke uitleg te duiden valt.” dixit Jan Leyers, presentator, acteur en zanger.

Ik ben een beetje gestoord.
Concerten zijn vandaag de dag een soort mis maar de mis heeft de status van concert nog niet bereikt . . . . . . of zoiets.

Toch eens in de gaten houden in het nieuwe jaar.

 

23 december 2006

Als de voorpret rond het kerstfeest in volle gang is, zijn er altijd weer van die zuurpruimerige individuen die zo nodig aan ons kwijt moeten dat Kerstmis is verworden tot een commercieel gebeuren waar alleen de middenstand beter van wordt.
Ze schreeuwen het min of meer uit in de krant of in het zeldzame tijdschrift dat ik rond deze tijd van het jaar nog wel eens wil lezen, omdat het toch “geen” weer is.

Toen mijn kinderen nog baby’s waren, heb ik eens hardop gezegd, dat wij nog zomaar voor niets de natuur in konden trekken, zwemmen in de Maas en schaatsen op de kasteelvijver van het eigen dorp.
Maar, zo bedacht ik, onze kinderen zouden voor hun recreatie moeten gaan betalen.

Men lachte mij uit, toen, alhoewel de voortekenen al zeer aanwezig waren.

Ik heb gelijk gekregen en dat niet tot mijn genoegen.
Om te zwemmen zijn er uitsluitend nog betaalplichtige plaatsen, de Maas is te vuil.
Schaatsen doe je zomer en winter op een kunstijsbaan.
Recreatie kost geld.

Dat heeft niets te maken met commercialisering maar alles met milieu-aspecten, veiligheid en gebeurlijk zachte winters.
Zo is dat ook gegaan met Kerstmis. Wil je er een feest van maken dan zul je er feestelijk voor moeten betalen.
Elkaar met eindejaarsgeschenken verrassen, wat is daar fout aan?
Lekker en luxueus eten, één keertje per jaar, met een subliem wijntje, waarom niet?
De welvaart is gestegen sedert ik een klein kind was.
Waarom zou het verkeerd zijn dat in het Kerstgebeuren in te brengen?

Toch eens aan denken, als we straks gezellig bij de boom zitten cocoonen.

 

 

21 december 2006
Dat dörp woa ich gebore bin,

woa mien ouwesj hoes nog sjteit . . .

Om de foto's te zien: klik HIER.

Mijn papieren geboorteplaats is Heerlen, de Vroedvrouwenschool. In de oorlog was dat een van de weinige plaatsen om veilig te bevallen. In die kliniek lagen immers ook Duitse vrouwen uit Aken en omliggende dorpen.
Een zekerheid tegen gebeurlijke bombardementen.
En bovendien zat mijn vader heftig in het verzet, wat voor ons extra gevaar betekende.
Maar na tien dagen ging het huiswaarts.
Thuis, dat was Schaesberg, tegenwoordig opgegaan in de fusiegemeente Landgraaf.

Ik heb een gelukkige jeugd gehad, als ik dat toen ook niet besefte.
Ik kon mijn onderzoeksdrift botvieren op een kilometers grote omgeving en er helemaal alleen op uittrekken al vanaf mijn vijfde of zesde levensjaar. Stel u dat heden ten dage eens voor.

Kasteel Strijthagen en het bijbehorende domein met zijn grote boerderijen was voor mij het van het.
Er was een groot bos en er was de kasteelvijver met allerhande afwateringskanalen, waar mosselen in groeiden.
Die pulkte ik los en nam ze mee naar huis. Mijn oudste zuster joeg me prompt de hof in, die dingen stonken namelijk nogal.

Maar mijn grootmoeder, die was van een ander kaliber. Zij leerde mij de wat’s en hoe’s.
Nog jaren heb ik zo’n proper gemaakte mosselschelp gekoesterd als een schat.
Mee naar het internaat ging hij zelfs, dat stukje thuis tegen het heimwee.

Enkele jaren geleden ben ik nog eens naar Schaesberg gegaan.
Zomaar wat rondrijden, kijken of het er nog allemaal was.
De grote boerderij naast de kerk was afgebroken. Ervoor in de plaats waren appartementen gebouwd.
Er rond een klein winkelcentrum met een slecht beklant maar zeer modern café-tje.
Het oude dorpscafé was er niet meer en evenmin het winkeltje waar ik voor mijn moeder een kilo groene zeep in een papiertje moest gaan halen.

Het viel een beetje tegen allemaal en toen ik kasteel Strijthagen helemaal niet meer kon vinden, er waren daar enorme sportterreinen aangelegd, ben ik wat bedroefd naar mijn nieuwe thuis Tongeren teruggekeerd, me voornemend er voortaan maar weg te blijven.

En toen, het was 6 mei 2002, las ik in het magazine Steps dat kasteel Strijthagen nog bestond! Er was een project uitgevoerd genaamd Mondo Verde.
Het artikel vermeldde dat de vroegere heer van Strijthagen de plannen ervoor in een kist had opgeborgen, dat die in 1997 zijn gevonden en dat dat allemaal in 2002 uitgevoerd was als een eerbetoon aan deze, wat Steps noemde, avonturier...

Ik ben er in mei 2006 eens gaan kijken.
Mondo Verde, mooie stukjes wereldlandschap, aangelegd op de terreinen van de Oranje-Nassaumijn II, mijn vaders en grootvaders put. Een stukje van het oude bos was maar net ontsnapt aan de vernieuwingen.
Voor de foto's van Mondo Verde op 18 april 2006, klik HIER.

De opening vond plaats op 24 maart 2002.
Het faillissement in december 2006.

 

Zaterdag 2 december 2006

Ze stonden aan de kassa toen ik kwam afrekenen: “Waar liggen de wonderdoekjes?”
De kassierster keek hulpeloos om zich heen, nergens iemand van het personeel te bespeuren.
“Als u mijn spullen even wilt bewaren dan zal ik het wel laten zien,” zei ik.
Hij kwiek achter mij aan, zijn vrouw al glimlachend voetje voor voetje.
“Mijn vrouw is niet helemaal goed” en hij wees naar een vage plek op zijn voorhoofd.
“Bent u alleen?” Hij had mijn twee trouwringen gezien.

Ik vertelde hem dat mijn man gestorven was aan iets cerebraals.
Hij knikte en meende: “Dan weet u het dus ook”.

De doekjes waren gauw gevonden, we liepen terug naar de kassa, zij nog steeds glimlachend lief.

"Hoe oud bent u?" Ik vertelde het hem. “Ik ben 70”,” zei hij “en zij 74.”
Ik vroeg waar ze vandaan kwamen want Tongenaren waren het zo te zien niet.
“Van Visé,” kwam zijn antwoord en ik vond dat toch wel een heel eind.
“Om te vrijen gaan mensen nog verder,” zei hij.

Ik betaalde mijn aankopen en kuste beiden drievoudig, zoals dat in Tongeren
de gewoonte is.

Eenmaal op straat liepen er een paar tranen onder mijn brillenglazen door.
Zal wel een gek gezicht geweest zijn.

 

16 november 2006

Iedereen is wel eens kriekelig. Moet kunnen.
Ook in het fotoclubgebeuren, alhoewel het uiteraard geen vrijbrief is om je verdriet of pijn op anderen uit te kuren.
Maar er zijn van die omstandigheden . . .

Ik herinner mij maar al te goed hoe ik voor het eerst op een Difotovergadering binnen kwam.
Meer dan zelfbewust, heel nadrukkelijk aanwezig en maar babbelen, niet te stuiten gewoon.
Sommigen van u plagen me er nog mee, alhoewel ik intussen heel wat veranderd ben.

Diezelfde “sommigen” hebben mij meegemaakt toen mijn man steeds zieker werd.
Ik heb in die tijd eens gezegd dat ik naar de club kwam om ook eens met normale mensen te kunnen praten.
Ik vergeet het gelach dat toen volgde m’n leven lang niet meer.
Maar jullie kenden me toen ook nog niet zo goed.
En dan is Hans heel plotseling gestorven en was ik maximaal “op snelheid”.
Iedereen die mij in die periode gehoord of gezien heeft, kan daar van meepraten.
Jullie hebben mij altijd verdragen en me in mijn waarde gelaten.
Daar wil ik jullie nu eens heel dik en gemeend voor bedanken.

Toch eens aan denken als er eens iemand anders uit de pas zou lopen.

 

12 november 2006

Nog niet zo lang geleden kon ik iemand een groot plezier doen met een boek over naïeve kunst.
Op zijn vraag: “Waar kan ik dat kopen?” antwoordde ik dat ik het hem cadeau deed.
“Voor niks?”, zei hij. Nee, niet voor niks en ik wees op mijn wang.
Ik kreeg er drie klappende poenen voor.
Zijn dame lachte en riep iets van: “Hoooooh!”
Ik grinnikte van oor tot oor en verklaarde dat haar Valentijn mij daarmee voor iets betaald had.
“Maar da’s goeiekoop”, meende ze.
“Toch niet “ bracht ik er tegen in. “Ge kunt me een miljoen euro geven, ik zou bepaalde mensen niet kussen”.
“Da’s waar” zei ze nog.

Hierna treft u mijn poëem aan “Een Kus” geheten.
Ik schenk hem u.

EEN KUS

er zijn mensen die ik graag
heel zacht
en heel aandachtig
en heel lang
zou willen kussen
maar ik durf niet

er zijn mensen die mij kussen
te uitbundig
of te uitnodigend
of gewoon maar uit gewoonte
die ik niet zou willen kussen
maar ik durf niet

er zijn mensen die mij
vluchtige zachte kusjes schenken
en die ik
kleine verlegen kusjes geef
want dat durf ik

er zijn mensen die mij graag
heel zacht
en heel aandachtig
en heel lang
zouden willen kussen
maar zij durven niet

een kus
warm
zacht
aandachtig

 

2 november 2006

Toen ik nog een klein kind was, was Allerheiligen iets wat in de kerk gebeurde.
Iets wat duurde en duurde, de echte Litanie van Allerheiligen.

Allerzielen was dan weer een heel prettige dag.
Mijn moeder ging naar haar geboortedorp, bezocht er de graven van haar ouders en overige familieleden en daarna ging het naar een tante, waar koffie en vlaai royaal klaar stonden.
Ik mocht mee. Zoiets als een extra kermis was het voor mij.
En dan van de ene tante naar de andere, naar een oom ook wel maar dat was eerder zeldzaam.
Blijkbaar voelde mijn moeder zich bij haar zusters meer op haar gemak.
Mijn moeder kwam uit een groot gezin, 13 kinderen, meen ik mij te herinneren, en bijna allemaal waren ze in hun dorp blijven wonen. Een klein dorp, we konden zo’n beetje van deur tot deur gaan in een en dezelfde straat.

Mijn meter, tante Anna, had met haar man het boerencafeetje van opa voortgezet en in de loop der jaren flink uitgebreid. Op een geven moment was er in de keuken een frituur gemaakt.
Wat heb ik daar vaak in een hoekje stil zitten wachten tot mij gevraagd werd of ik een frietje zou lusten.
Zelf vragen mocht ik niet, daar hadden mijn ouders zowat de doodstraf op gezet.
En mijn tante Anna vergat het wel eens.

Na Allerzielen werd het 3 november, Sint Hubertus.
Voor mijn vader de opening van het jachtseizoen, voor mij mijn naamdag. Ik kreeg een klein geldbedrag en mocht daarvoor zelf in de winkel iets gaan kopen.

Ik ben inmiddels 14 jaar ouder dan mijn moeder geworden is en heb nu mijn eigen overledenen te gedenken, op Allerheiligen tegenwoordig, Allerzielen is afgeschaft.
Maar, heel eerlijk, ik gedenk eigenlijk al die Allerzielens van mijn kinderjaren.

 

14 oktober 2006

Ik was een middagje in Maastricht. Een van die zeldzame dagen dat er volop zon was, vanaf de middag dan; ‘s morgens was het nog dichte mist geweest.
Iemand had iets te vieren, met een etentje was mij beloofd.
Het was erg druk in de stad, de terrassen waren bezet tot de laatste stoel.
Pas op het Vrijthof vonden we een leeg tafeltje.
Allemaal mensen die klagen over hun armoe, dacht ik nog.

De gesprekken om me heen gingen hoofdzakelijk over de laatste nieuwtjes in de modewereld.
De merknamen vlogen me om de oren. Ik begreep er bijgevolg niets van. Blijkbaar is zo’n naam op je pull belangrijk genoeg om er een exorbitante prijs voor te willen betalen.

Ocharme ikke, zo blij als de Wibra of Zeeman weer eens iets hebben voor me, waarmee ik lekker kan spetteren en knoeien in mijn doka of op mijn rug over een kerkvloer kan schuiven om een plafond te fotograferen.
En wat een opluchting om terug in de bus naar Tongeren te kunnen stappen.
Op het Koningin-Emmaplein stapte een jonge twintiger in, ook voor Tongeren.
Hij was een beetje vreemd. Gehandicapt of zoiets?

Nauwelijks de grens over, pal voor het politiebureau van Riemst, bleef de bus staan, zomaar op de steenweg en al direct geflankeerd door twee belbussen.
We hadden een half uur oponthoud.
De wat vreemde jongeman was een drugsgebruiker, zo bleek, en moest door de politie worden uitgehaald.

Een dagje welvaart, pure ellende vond ik het.


10 oktober 2006

“Thuis blijven mag weer”, kopte het Magazine Steps in zijn oktoberuitgave.
Goddank meneer of mevrouw Steps, ik ben zo graag thuis.

Het artikel ging over het meubilair dat dit seizoen in de mode is: “zo uitnodigend tot gezellig met zijn tweetjes op de bank of met vrienden rond de tafel”.

Zou het zo erg met ons gesteld zijn, hebben wij nieuwe stoelen en tafels nodig om thuis te KUNNEN blijven?
Heeft onze inrichting de tand des tijds niet overleefd, hebben we dat gewoon niet gemerkt omdat we zo uithuizig waren?
Maar hoe zit het dan met dat gezondheidsartikel in een ander gratis-huis-aan-huis-blad: maak elke dag een stevige wandeling, hou uw sociale contacten levend, blijf actief, kortom, ga meer de deur uit en blijf niet achter de geraniums zitten.

Ik heb niet eens geraniums, ik houd er niet van en ik houd ze sowieso niet over in de winter.
Conclusie: we zullen het nooit goed kunnen doen, wat we ook kiezen.

Ik ga dus maar lekker verder zoals ik al heel mijn leven bezig ben. Eigenwijs, alles beter wetend en heerlijk cocoonend achter de computer om dit soort stukjes voor u te schrijven.
En natuurlijk minimaal één keer per dag met de hond uit voor een lange, lange wandeling, in mijn tuin werkend en mijn overige broodnodige beweging vindend in die vermaledijde huishoudelijke taken.

Maar of ik daar nieuwe meubels voor nodig heb?

 

15 september 2006

SmileyCentral.com 

Ik moet oppassen dat deze column niet tot een ergernissenrubriek wordt.
Maar kom, nog ééntje, om het af te leren:
Ik erger mij aan het weergeven van dokawerk op TV.
Een stereotiep beeld maar zeer bezijden de waarheid: de fotograaf is bezig met vergroten, kiepert zijn afdruk zonder uitdruipen in de fixeer, het stopbad slaat hij over, en na drie keer bewegen hangt hij de foto aan een drooglijn, en jawel, met een wasknijper.
Afgezien van het feit dat die wasknijper een lelijke plek op de foto geeft, laat hij de fixeer rustig in de ontwikkelschaal druppen.
Zeg nou niet: “Die Amerikanen . . .” want de Duitsers doen het ook. Zie Siska, Derrick of Der Alte.
En wij Belgen? Zie Ketnet! Niet alleen “foute” doka’s maar ook totaal misleidende studio’s: een model wordt gefotografeerd in een ruimte waarvan de wanden integraal behangen zijn met studiolampen.

Toch ook een klein lichtpuntje. In een Duitse Krimi werd ooit een moord opgelost doordat de politiemensen ontdekten dat een film van 36 opnames een 37e en 38e negatief produceert.

Let er maar eens op als u weer eens TV kijkt.
Maar erger u niet, dat heb ik al voor u gedaan.

 

15 augustus 2006

Het gebeurde aan de kassa van de supermarkt. Er stond weer eens een lange rij. Plotseling draait de dame voor mij zich om, ziet mij zoeken naar gepast geld voor mijn kleine aankoop en zegt: “De rijken hoeven het zo maar te pakken, de armen moeten het zoeken”.
Ik had het niet helemaal verstaan en zeker niet begrepen dus vroeg ik wat ze bedoelde.
Wat volgde was een hele opsomming van de voor- en nadelen van het arm of rijk zijn. Ik stelde, dat een rijke nooit voor iets hoefde sparen. Hij zou dus ook nooit dat gelukzalig gevoel hebben dat wij hadden als we het begeerde object eindelijk hadden kunnen kopen.
“U hebt gelijk”, zei de madam en ze vertelde omstandig hoe ze zoiets kostelijks ergens in huis neerzette om er steeds opnieuw genietend naar te kunnen kijken.
We hadden een groot maar zwijgzaam publiek, er stonden meerdere rijen aan meerdere kassa’s.
Ik besloot uiteindelijk te zeggen, dat we, zolang we het ons konden permitteren om buiten de deur een tas koffie te drinken, NIET arm waren.

.”U hebt gelijk”, zei de madam nog eens en ik antwoordde: “Mijn man zegt dat ik ALTIJD gelijk heb”.
“Ja, “’ zei ze, “dan is hij van u af”.

 

Ergens in 2003

Vlaming, let op uw woorden: niet hoe u iets zegt, is belangrijk maar  WAT u zegt, wordt breed uitvergroot, in een ander dag(!)licht gezet en in polariserend zwart-wit door de paparazzi neergeschreven te HUNNER meerdere eer en glorie.
Hoge bomen vangen veel wind maar dat weten we al eeuwen. Ik let er niet eens meer op. Ver van mijn bed liggen heel wat stokken om de herdershond te slaan.

Maar goed dat ik in mijn tuin geen hoge bomen heb of het zouden de forsythia’s  in de hof van de verhuizer moeten zijn.
Het werd voor mij anders toen het mijn gebuur overkwam: een uiting van bezorgdheid werd in de tabloids vervormd tot een sarcastische opmerking.

Nou mag je na zes drugsdoden in Tongeren wel eens sarcastisch worden; ikzelf tref regelmatig een junk (ca. 18 en van Borgloon) aan op de Hooggraaf, die zich twee spuiten achter elkaar zet en van mij verwacht dat ik eerste hulp zal bieden als het fout gaat: “Blijft u even bij me, juffrouw?”.
“Een langzame manier van zelfdoding”, schiet het dan door mijn hoofd. Maar ik wacht me er wel voor dat hardop te zeggen. Die van Het Nieuwsblad zouden het eens kunnen horen en dan moet dit Barbertje hangen. Barbertje wil niet hangen, veel te pijnlijke zelfmoord. Liever een spuitje, toch?

Bij de huisarts zat een patiënt te wachten, net 40 geweest. Alzheimer, suiker, hernia en nog zo het een en ander.
“Die krijgen alles voor niks”, zei hij “en ik moet elke spuit zelf betalen. Zij hebben erom gevraagd en ik niet. Is dat eerlijk?”

Nee dus, maar ik hoop dat het niet in de krant komt!